Bomen in de Harz en de Schorskever

“Ik ga naar het Harzgebergte!” zei ik tegen een klasgenootje. Zij gaf aan dat het niet goed gesteld was met de bomen in de Harz en dat er een flink aantal dood aan het gaan was. Aangekomen in het Harzgebergte kon ik mijn ogen niet geloven. Wat een heftig gezicht. De kleur groen was vervangen door de kleur bruin, maar niet door het vallen van de bladeren van de loofbomen. Dit keer waren het naaldbomen die deze kleur zo uitspraken.

Een groot gedeelte van alle bomen was afgestorven of gekapt. Het kappen was waarschijnlijk een effect van het verwijderen van de dode bomen. Ik was erg benieuwd wat het nou maakte dat deze bomen zo massaal zijn gestorven. Na niet lang zoeken kwam ik al verhalen tegen over de schorskever in Duitse gebergtes waaronder het Harzgebergte.

Schorskever zijn kevers die leven in en van naaldbomen. Via een gaatje kruipen ze naar binnen door de schors en het zachte weefsel. Er worden eitjes gelegd en vervolgens ontstaan er gangenstelsels door zowel de kever als de larven van de kevers. Echter heeft het ontstaan van deze gangenstelsels een negatief effect op de bomen. Van nature kan een boom met zijn boomhars zichzelf beschermen tegen de schorskever. Maar door de aanhoudende warmte in de zomers functioneert dit niet meer goed en kunnen de bomen zich zelf niet meer beschermen.

De Schorskever daar in tegen profiteren juist enorm van deze warmte. In 2019 heeft de schorskever zich hierdoor in het Harzgebergte kunnen uitbreiden als een plaag en hiermee is toen ongeveer 300.00 ha naaldbos afgestorven. Op dit moment zijn ze een gedeelte weer aan het opbouwen voor bosbouw. Maar een ander gedeelte laten ze zoals het nu is zodat de natuur zelf zijn gang kan gaan. Het motto van het gebergte is: “Laat de natuur de natuur zijn” en dat willen ze hiermee in actie doorzetten.

Weetje; Een wijfje van de schorskever kan in haar eentje in goede omstandigheden zorgen voor 100.000 nakomelingen in een jaar  

Tiengemeten

In de Haringvliet ligt het eiland Tiengemeten. Ik was erg nieuwsgierig naar dit eiland aangezien het ook een ideale habitat biedt voor trekvogels. Hierom besloot ik een paar dagen geleden om dit eiland in mijn eentje eens te bezoeken.

Het eiland is in beheer van Natuurmonumenten. Via de pont bij Zuid-Beijerland kun je bij het eiland komen. Ik keek er erg naar uit om de pont te nemen. Ik vind het altijd een bijzondere ervaring om met een pontje ergens te kunnen komen. De pont vaart om het uur dus als je hem mist moet je helaas een uur wachten. Ik was gelukkig op tijd. Toen ik op het eiland aankwam zag ik meteen het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. Hier heb ik kort gesproken met twee enthousiaste medewerkers van Natuurmonumenten. Zij konden mij vertellen waar ik de meeste kans van slagen had om de trekvogels te kunnen zien wat mij erg enthousiast maakte. Ik had namelijk het idee dat er nog weinig trekvogels zouden zijn omdat het begin november is. De piek van trekvogels is meestal in oktober. Zo ging ik op pad richting de aangewezen punten.

Ze adviseerden mij om om het gebouw heen te lopen en dan links af te slaan. Hier kon je in één rechte lijn direct naar de andere kant van het eiland wandelen. Tijdens het eerste stuk kom je een aantal bewoonde huizen tegen want er wonen nog steeds negen mensen op dit eiland, wat erg bijzonder is maar tegelijkertijd ook een privilege. Zij wonen midden in een natuurgebied afgelegen van de rest van de wereld. Om weer in de bewoonde wereld te komen moeten ze toch met de boot weer naar het vaste land komen. Daarentegen leven ze op een geweldige plek met veel mooie vogels en dieren om zich heen waar velen van dromen.

De geschiedenis van het eiland is ook erg interessant. Dit eiland bleek eerst een zandbank te zijn geweest wat daarna met dijken is drooggelegd tussen 1750 en 1860 om akkers te creëren. Hierna is door middel van Europese subsidies het mogelijk gemaakt om hier een natuurgebied van te maken. De dijken zijn op verschillende plekken opengebroken zodat getijden weer plaats konden vinden. Dit heeft ervoor gezorgd dat er weer water werd aangevoerd over het eiland. In de zomer staat een gedeelte droog maar in de winter geeft dit een uitstraling van een moeras en de mogelijkheid voor een mooi ecosysteem met (broed)vogels. De moerassig uitstraling was nu zeker aanwezig. Het was erg mooi om te zien. De zon stond goed en er was weinig bewolking. Zo kon ik op het hoogste uitkijkpunt een mooi overzicht krijgen van een stuk van het eiland.    

Aangezien er zoveel te bewonderen was heb ik alleen de rechterkant van het gebied kunnen zien  waar zich ook de oude akkers bevinden. Tijdens deze wandeling heb ik verschillende de Schotse hooglanders ontmoet, verschillende vogels zoals zwanen, grote zilverreiger, fuut, meerkoet, krakeenden, kramsvogels, buizerd, putters en een torenvalk maar ook al sommige wintergasten zoals de brandgans.

Het eiland is in mijn ogen voornamelijk een moerassig gebied wat  goede omstandigheden biedt voor watervogels en zangvogels. In het oosten heb je de oude akkers wat veel weidevogels maar ook reeën aantrekt. Erg leuk weetje: de reeën zwemmen van het vaste land door de Haringvliet naar dit eiland. Ik heb niet veel trekvogels kunnen zien maar wel erg veel zwanen en meerkoeten. Van de meerkoeten waren er honderden verdeeld over het eiland. Dit was erg indrukwekkend om zoveel meerkoeten samen te zien.  Het blijkt dat meerkoeten in het najaar verzamelen op bepaalde plekken om te overwinteren. Dit kan wel oplopen tot 10.000 op verschillende meren in Nederland.

Ik ben op de Tiengemeten geweest van tien tot drie maar heb in deze tijd maar 10,67 kilometer gelopen. Dit betekent dat ik maar 2 kilometer per uur heb gelopen. Dit geeft wel aan hoe mooi en interessant ik het gebied vond om op vele plekken even stil te willen staan. Het heeft zowel een mooi verhaal in de cultuurhistorie als momenteel in de natuur. Hierom een tip om er ook eens heen te gaan. Het is zeker één van mijn favoriete plekken geworden en ik kan niet wachten om de andere helft van het eiland te gaan ontdekken.

Naast de foto’s heb ik ook een vlog gemaakt van mijn ervaring op dit eiland. Je kunt deze vinden op mijn Youtube kanaal https://www.youtube.com/watch?v=pBUtRrF2lis of op mijn website https://michasnatuurbelevingen.com/.

De putter

Bij ons komt soms de putter langs om wat van de zonnebloempitjes te genieten. Hij heeft duidelijke kenmerken en in dit filmpje wil ik deze aan je leren. Ik ben benieuwd of je hierna de putter gaat herkennen.

Planten Tirol versus planten Nederland

Afgelopen zomer ben ik op vakantie geweest in Oostenrijk. Om zoveel mogelijk kennis op te doen van de flora was ik erg nieuwsgierig welke planten ik allemaal tegen zou komen op mijn vakantie. Eerlijk is eerlijk, ik heb nooit mijn aandacht bij de vegetatie gehad en heb er dus ook niet veel naar gekeken. Als ik op vakantie was, keek ik meer naar het algemene plaatje dan naar de details zoals welke plant, welke vogel en welke boom. Ik moet zeggen: de wereld wordt mooier als je ook naar de details gaat kijken.

Overeenkomende planten

Na ongeveer anderhalf jaar bezig te zijn met de flora in Nederland heb ik redelijk wat basiskennis opgedaan, maar dit is nog steeds maar het topje van de ijsberg. Op mijn vakantie in Tirol in Oostenrijk ben ik zowel in de dalen als op de bergen als er tussenin geweest. Hierdoor kon ik goed zien wat er voor verschillen zijn. Want op de berg groeien weer andere planten dan aan de voet van de berg. Dit heeft te maken met het klimaat waar de plant in leeft. Boven zal het sneller koud worden en meer rotsachtig zijn dan beneden.

Wat me als eerste opviel is dat er veel van dezelfde soorten in Oostenrijk zijn die we in Nederland ook hebben. Zo heb je het Wilgenroosje (foto nummer 6 t/m 9), Duizendblad (foto nummer 13), Rode klaver (foto nummer 25)  en Engelwortel (foto nummer 10/11). Wie weet herken je hier een aantal planten van, want deze komen veel voor in Nederland. De Rode klaver is sowieso een paarse bloem in Nederland maar hier leek hij wel een intensere kleur te hebben waardoor hij bijna donkerroze leek. Dit kan te maken hebben met de voedingsstoffen die in de bergen voorkomen.

Graslanden

Na twee jaar niet naar de bergen te zijn gereisd, waren het de groene grasvelden die ik mij het beste herinnerde. Echter, in Tirol zag ik vooral velden met witte schermbloemigen (zie foto 12). Ik dacht eerst dat het Wilde peen was maar bij dichterbij kijken zag ik dat het voornamelijk Gewone berenklauw was. Deze plant zorgt voor veel voeding voor insecten, dus het kan zijn dat dit een beleid is om de achteruitgang van de insectenpopulatie tegen te gaan. Maar daar heb ik mij voor nu niet in verdiept.

Een andere plant die ik in Tirol heb leren kennen is Stijve ogentroost (zie foto 38/39). Wat een mooi plantje is dit. En ook geheel logisch dat ik dit plantje nog niet kende: deze plant komt namelijk een stuk minder algemeen voor in Nederland, waar hij in Tirol juist in elk grasland wel te vinden is. Dit naast de Blaassilene (zie foto 3/4). De Blaassilene zie je sporadisch in Nederland maar komt wel in geheel Nederland voor. Maar in Tirol kun je de Blaassilene wel in elk grasland vinden met grote aantallen.

Sommige graslanden in Tirol kleuren paars. Dit kun je goed zien op foto 20 . De reden dat deze paars kleuren is door de Bosooievaarsbek (zie foto 32/33). Vooral de vruchten vallen op omdat die op een ooievaarsbek lijken. Hierdoor kan je wel direct zien dat het een soort is die bij de ooievaarsbekfamilie hoort.

Planten in de hoge bergen

Als je richting de toppen van de bergen gaat zal je niet veel vegetatie tegenkomen. De reden is dat deze voornamelijk uit steen bestaan. Maar als je net onder die grens kijkt zie je toch een aantal planten verschijnen die je beneden niet gauw zal tegenkomen. Zoals de in groten getale aanwezige Vederdistel (Spiniest distel ook wel genoemd) die te zien is op foto 17. Of de Bolrapunzel (foto 30/31) met zijn sierlijke lintbloemen die naar binnen zijn gebogen. Een heel bijzondere plant is dit om te zien. Deze plant komt in Nederland weinig tot niet voor. Mocht je hem tegenkomen dan mag je er ook niet aankomen omdat deze beschermd is. Hij is in Nederland maar op 7 plekjes te vinden in zijn natuurlijke voorkomen.

De Knikkende distel (zie foto 37) met zijn mooie felroze bloemen kom je in Nederland wel tegen maar zeker niet algemeen. Maar ook in Tirol is het niet een plant die je vaak zult tegenkomen.

Twee andere planten die ik hoog op de bergen vond waren de Rode schijnspurrie (zie foto 40) en Rozenkransje (zie foto 36). De Rode schijnspurrie is een plant waarbij de bloemen alleen maar voor 2 uur per dag open gaan en dat alleen op dagen met mooi weer. Als het bewolkt is, zal deze al niet open gaan. Het is een zeer algemene plant in Nederland. Het Rozenkransje daarentegen komt vrij weinig in Nederland voor, namelijk maar op 10 plekken en allemaal in het noorden. In Tirol kwam ik hem hoog in de berg tegen waar hij aardig veel voorkomt.

De mooiste plant

De mooiste plant die ik op deze reis ben tegen gekomen is de Spinnenwebhuislook (Sempervivum arachnoideum), te zien op foto 26 t/m 29 Dit is een vetplantje dat ik spontaan op mijn pad tegenkwam en tussen de rotsen te vinden was. In Nederland is deze weinig tot niet te vinden. Deze kun je maar op 16 plekken in Nederland vinden. Ik ben blij dat ik kennis heb kunnen maken met deze mooie plant met zijn mooie bloem!

Gierzwaluwen

Elk jaar komen de gierzwaluwen tussen april en augustus naar Nederland. Ze komen speciaal naar Nederland om te broeden. Hierna vertrekken ze weer terug naar plekken als Mali en Congo. Er is een aantal kenmerken waaraan je de gierzwaluw kunt herkennen. Dit zijn de sikkelvormige vleugels (foto 9) , een witte vlek op de keel (deze is moeilijk waar te nemen als ze vliegen) ( foto 31, 32, 35, 42) en het gierende geluid dat ze maken. De witte vlek op de keel is bij jongen (foto 29, 40) erg wit terwijl deze bij de wat oudere (foto 2) gierzwaluw wat grijswit is. Leuk om te weten is dat de gierzwaluwen in hun kin insecten opslaan voor de jongen. Hierbij zie je dat de keelzak en dus de witte vlek verdikt is zoals op foto 17 en 46 te zien is. De gierzwaluw voedt zich met vliegende insecten zoals muggen, vliegen en dag- en nachtvlinders.

Gierzwaluwen zijn welbekende vogels in Nederland. Ze vliegen op hete dagen hoog in de lucht om elkaar heen. Gierzwaluwen vliegen hun hele leven, behalve als ze broeden. De paring en nesteling vindt wel plaats op de broedplaats maar de rest zoals eten en slapen vindt allemaal in de lucht plaats. Nu zal je denken “Hoe doen ze dat dan met slapen?”. Gierzwaluwen wisselen hun hersenhelften af met slapen. De ene helft is wakker en is op de uitkijk terwijl de andere helft aan het slapen is. Dit gebeurt uiteraard hoog in de lucht op ongeveer 2 à 3 kilometer hoogte. Als de zon begint onder te gaan zie je de gierzwaluwen samen komen en vliegen ze samen naar die hoogte toe.

Gierzwaluwen behoren tot de snelste vogels van de wereld. Als ze hun nest invliegen kan dit wel met een snelheid gaan van 111 km per uur. En dit moet ook nog precies goed gemikt zijn op het nest, wat meestal slechts een klein gat of spleet is (zie foto 1 t/m 4 en overige). De reden hiervoor is dat ze korte poten hebben. Doordat ze zulke kleine poten hebben kunnen ze niet over de muren kruipen of lopen. Ze kunnen wel schuifelend hun nest in komen maar hierbij moet de afstand niet te ver zijn van het nest. Hierom zie je ze ook wel het nest aantikken als het nog net te ver is. Dan is de aanloop niet goed gegaan en vliegen ze weer verder. Eén keer heb ik een gierzwaluw tegen de muur aan zien vliegen. Dit was geen fraai gezicht. Maar hij vloog gewoon weer verder. Ik heb het idee dat ze hierom ook wel tegen een stootje kunnen (gelukkig).

Het is zeer moeilijk om een nest te vinden van gierzwaluwen vanwege de snelle invliegtijd en dat ze niet continu af en aan vliegen naar het nest. Wat wel kan duiden op een nest is als ze laag vliegen langs een gebouw, dakpan of een gat in de muur dat minimaal 3 meter hoog zit. De reden dat het nest minimaal 3 meter hoog moet zitten is vanwege de aanloop van en naar het nest. Deze aanloop hebben ze nodig aangezien ze korte poten hebben.

Gierzwaluwen nestelen zoals eerder gezegd in de kleinste gleuven van oude gebouwen, dakpannen of een gat in de muur. Je zou zeggen dat het niet past, maar het lukt ze toch om erin te komen. Als de jongen groot genoeg zijn vliegen ze uit. Op het punt dat ze uitvliegen hebben ze geen hulp meer nodig van hun ouders en kunnen ze zelf jagen op insecten. Ze blijven dan minimaal 2 jaar lang in de lucht en zetten geen voet op de grond. Pas als ze zich kunnen voortplanten komen ze weer op de grond op een broedplaats. Begin augustus vertrekken alle gierzwaluwen weer richting Afrika. Zo ook de jongen. Ze maken dan een vlucht van 7.000 kilometer.

Er zijn vele gevaren voor de gierzwaluwen, met name op de vlucht naar Afrika. Het verdwijnen van broedplaatsen (ook hier in Nederland) is het grootste gevaar. Gierzwaluwen komen altijd terug op de plek waar ze hebben gebroed en willen op deze plek wederom hun eieren leggen. Maar door renovatie of sloop verdwijnen deze plaatsen. Hierom is monitoring en zorgen voor vervangende plaatsen erg belangrijk.

Wist je dat de gierzwaluw niet bij de familie van zwaluwen hoort? Zwaluwen zijn kleiner en kunnen vanaf de grond opvliegen. In het Grieks wordt de gierzwaluw Apus apus genoemd. Dit betekent pootloos. De gierzwaluwen hebben wel poten maar ze zijn erg klein.

Voor dit onderwerp heb ik veel foto’s gemaakt. Ik gok wel 1000 foto’s. Maar het maken van foto’s van deze mooie kleine en snelle beesten is niet makkelijk. Met name als ze vliegen. Ik hoop desondanks dat je toch een goed beeld krijgt van hoe ze eruit zien.

De Siberische grondeekhoorn in Nederland

Op advies van een kennis ben ik in Tilburg op zoek gegaan naar een heel bijzondere eekhoorn namelijk de Siberische grondeekhoorn. Wat deze eekhoorn zo bijzonder maakt is dat het geen inheemse eekhoorn is maar een exoot. Er werd me verteld dat deze dieren erg tam zijn en talrijk. Ik was erg benieuwd en liep nieuwsgierig het gebied bij de oude Waranda in. Er waren nog geen 20 stappen gezet en daar was al de eerste ontmoeting. Piepklein zijn ze in tegenstelling tot wat ik in mijn hoofd had. De eekhoorn die wij kennen is duidelijk een stukje groter en valt meer op door de bruine vacht. De Siberische grondeekhoorn heeft een vacht die erg goed camoufleert (zie foto 6 ) in het bos van de oude Waranda.

Hij was super snel maar nam af en toe een pauze om even om zich heen te kijken. Toch was ook dat nog te snel en verdween hij zo uit het zicht. Enthousiast en gemotiveerd ben ik verder gaan lopen met het idee dat dit wat belooft. Echter na een half uur zoeken en tussendoor wachten op een bankje heb ik alleen de specht en de vink kunnen spotten. Was dit nou echt het enige wat ik van dit prachtige beestje te zien zou krijgen deze dag?

Na nog even doorlopen zie ik ineens een beweging tussen wat takken. Na goed kijken zag ik er eentje zijn holletje in kruipen. Maar dan komt er nog één tevoorschijn en nog één en gedurende de rest van de wandeling heb ik er toch nog meerdere kunnen spotten. Het blijkt dat ze rondom afgezaagde takken (zie foto 7 en 13) leven. Deze waren er in het begin van de wandeling niet zo veel.

Het is echt een ontzettend leuk beestje om te zien. Wat het zo leuk maakt om naar deze eekhoorn te kijken is dat hij super snel overal doorheen kruipt en tegen bomen aan kruipt maar toch in het zicht blijft. Je moet wel meelopen anders verlies je hem zo uit het oog.

Deze eekhoorns zijn niet handtam maar ook zeker niet schuw. Ze blijven op een veilige afstand van 2 tot 3 meter maar gaan wel voor je poseren. Wellicht uit nieuwsgierigheid maar het kan ook zijn dat dit hun manier van voortbewegen is.

Ooit is de Siberische grondeekhoorn ontsnapt bij een verhuizing van een dierenpark en zo in de wilde natuur van Nederland terecht gekomen. Dit was een kolonie die bestond uit ongeveer 250 Siberische grondeekhoorns. Dit is in ieder geval het verhaal dat de ronde gaat. Er is echter geen zekerheid over.

Deze eekhoorn doet een winterslaap van ongeveer oktober tot en met maart. Daarna komen ze weer naar buiten en kunnen wij ze aanschouwen. Hij eet voornamelijk plantaardig voedsel. Dan kun je denken aan boomzaden, paddenstoelen, bessen, boekweit, tarwekorrels, etc. Ik gaf “voornamelijk” aan omdat hij ook wel eens insecten of vogeleieren kan eten. Ze kunnen ongeveer 6 jaar oud worden.

Je kunt de Siberische grondeekhoorn herkennen aan de vijf strepen op zijn rug waarvan de middelste streep van het achterhoofd tot de staart loopt. Hij heeft een pluimstaart waar ook drie strepen (zichtbaar op foto 3) op voorkomen. Deze zijn iets minder makkelijk te zien maar de pluim zelf is duidelijk zichtbaar. Er is een moment geweest dat men deze exoot wilde bestrijden. Echter ziet men in Tilburg dat het dier zich niet invasief verspreidt maar ook goed met de omgeving samen kan leven. Weliswaar komt hij uit een ander land maar hij kan prima leven in onze natuur zonder schade aan te brengen. Ik ga ze zeker nog een keer op zoeken!

Amsterdamse waterleidingduinen

Mijn broer zei: “Als je damherten wilt zien dan moet je naar de Amsterdamse waterleidingduinen”, toen ik vertelde dat ik herten wilde fotograferen. Laat dat nou net ook de plek zijn waar ik voor mijn studie een klein onderzoek moest doen naar verbranding als beheermaatregel van het duingebied. Om de mooiste foto’s te maken zorgden we ervoor dat we op een zaterdagochtend met zonsopkomst bij de Amsterdamse waterleidingduinen waren. Als traktatie hing er ook nog een mooie mist over het gebied. Als eerste kwamen we een paartje zwanen tegen die zich aan het wassen waren. Tegen het licht in kreeg je de mooiste mistfoto’s (zie foto 6, 7, 20 en 26).

Een bezoekje waard…

Het is een zeer mooi gebied om te bezoeken ( zie foto 9, 10, 21, 22 en 23). In het gebied kun je heerlijk wandelen en met zekerheid kom je ook verschillende damherten tegen. De één met een mooier gewei dan de ander. Zo hadden we een hert gespot tussen de meidoornen die lekker in zijn eentje aan het grazen was. Hij had het mooiste gewei die wij die dag hebben gezien (zie foto 15). Naast damherten leven er ook twee vossenfamilies. Met een beetje geluk kom je deze mooie dieren tegen. Er bevindt zich ook een groep aalscholvers. Erg mooi om te zien dat deze samen met andere vogels kunnen leven, zoals met de slobeend.  Tip! Neem een verrekijker mee want de damherten zijn niet altijd even dichtbij.

In de Amsterdamse waterleidingduinen heb je verschillende wandelpaden, maar wat het nog leuker maakt om hier te wandelen is dat je van de paden af mag. Hierdoor kan je langs de stromende watergangen (zie foto 10 en 24) lopen en kun je je ook heerlijk afzonderen. Het water is er enorm helder waardoor je zo de bodem kunt zien van de watergangen.

Waterwingebied

De Amsterdamse waterleidingduinen is een waterwingebied in Noord-Holland waar het water door Waternet wordt gereguleerd voor Amsterdam. Naast dat Waternet hier het waterschap beheert is de Amsterdamse waterleidingduinen ook een onderdeel van Kennemerland-Zuid, een Natura-2000 gebied. In dit Natura-2000 gebied worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. De Amsterdamse waterleidingduinen zorgt al sinds 1853 voor het water van Amsterdam. Weetje! Het is tevens het eerste drinkwaterbedrijf in Nederland. Je kon toendertijd voor 1 cent een emmer met schoonwater kopen. De duinen in deze omgeving kennen een rijke geschiedenis en staan voor natuur, recreatie en watervoorziening. De kwaliteit van de watervoorziening hangt mede af van de kwaliteit van de natuur in de duinen.

Achteruitgang duingraslanden

De duingraslanden (zie foto 13 en 14) in dit gebied gaan sterk achteruit door de verkeerde vegetatie die opkomt zoals zandzegge, riet, grijskronkelsteeltje en gewoon dikkopmos. Eén van de redenen van de achteruitgang is de stikstofdepositie*. De stikstofdepositie zorgt er voor dat vergrassing en verstruweling** van duingraslanden juist meer kans krijgen doordat het kale zand wordt vastgelegd. Daarnaast zorgt de stikstofdepositie ervoor dat kalkrijke duinen sneller ontkalken waardoor verruiging optreedt. Een ander probleem heeft verband met de konijnenpopulatie. De konijnenpopulatie neemt af waardoor de ruige grassen de mogelijkheid krijgen om dominant te kunnen worden. Hierdoor krijgen goede soorten weinig kans wat gelijk staat aan de achteruitgang van de duingraslanden. Mogelijke herstelmaatregelen voor duingraslanden kunnen zijn plaggen, begrazing, de aanleg van stuifplekken en het verwijderen van struweel. Dit leidt tot een gedeeltelijk herstel van de duingraslanden.

Naast al de theoretische feiten is het dus een heel mooi gebied om te bezoeken. Maar ook erg leuk vanwege het leven dat je tegenkomt. Het is een erg levendig gebied. Mocht je naar de Amsterdamse waterleidingduinen willen dan dien je wel een kaartje te hebben. Deze kosten 1,50 per stuk en kunnen gekocht worden via de website van Waternet: https://awd.waternet.nl/bezoek/toegangskaarten/dagkaart

*Stikstofdepositie – De betekenis van stikstofdepositie is dat de stikstof die in de grond terecht komt zorgt dat de bodem meer voedingsstoffen krijgt. Dit lijkt positief maar er zijn zeldzame planten die juist leven op gronden waar weinig voedingsstoffen zijn zoals het geval is bij duingraslanden. De vegetatie die leeft van voedingrijke bodems, zoals brandnetels, verdrijven daarmee de huidige vegetatie. Soorten als brandnetels zullen dan domineren waardoor andere soorten verdwijnen.

**Verstruweling – Struweel bestaat uit struiken tussen 1 en 5 meter hoog. Hier vallen bomen en graslanden bijvoorbeeld niet onder. Verstruweling gebeurt als graslanden niet gemaaid worden. Dan krijgen plantensoorten die struiken vormen een kans om groot te worden.

Paardenbloem versus klein hoefblad

Momenteel zie je twee gele bloemen in de berm die erg op elkaar lijken. Ze zijn allebei geel en de bloemen bestaan uit lintbloemen. Ook wel gezegd heel veel (wel honderden) kleine bloemen, zie foto 1 en 2. Beide horen ze tot de composietenfamilie en dat is ook niet raar want ze lijken erg op elkaar.  Een daarvan is bij ons allemaal wel bekend en dat is de paardenbloem. Een echte bijentrekker. Velen zien deze bloem als onkruid (kruid dat ongewild is) maar de bloemen brengen veel nectar mee waar de insecten gebruik van maken. Dus ik zou zeggen, laat hem lekker staan! De paardenbloem bloeit het hele jaar door, maar in april bloeit de bloem op zijn best. Als je de paardenbloem bij de steel door midden breekt zie je wit melksap tevoorschijn komen.

De andere gele bloem die erg lijkt op de paardenbloem is klein hoefblad. Deze bloem bloeit alleen in januari, februari en maart. Je zou je zo kunnen vergissen welke van de twee je nu voor je hebt. Op foto 11 zie je de twee bloemkoppen naast elkaar. Wat opvalt is dat klein hoefblad kleiner is dan de paardenbloem. Ook bij de steel van klein hoefblad zie je schubben terwijl bij de paardenbloem geen enkel blad op de steel te vinden is. Deze heeft alleen een rozet (bladeren in het rond aan het begin van de stil, zie foto 3). Een ander opvallend punt is de bladeren. De bladeren van de paardenbloem zijn lancetachtig terwijl die van klein hoefblad rondachtig zijn en ook opvallend groot.

Naast de vergelijking van paardenbloem en klein hoefblad heb je ook nog het grote hoefblad. Het grote hoefblad lijkt qua bloem niet op de andere twee maar behoort wel tot dezelfde familie. De bladeren van groot en klein hoefblad hebben dezelfde vorm maar die van groot hoefblad kunnen wel een halve meter groot worden. Ze hebben veel weg van de bladeren van rabarber evenals de stelen. De bloemen zie foto 14 zijn paars en bestaan uit verschillende bloemknoppen die weer bestaan uit meerdere buisbloemen.

Leuk weetje: klein en groot hoefblad zijn enkele van de weinige planten in Nederland waarbij de bloem eerst bloeit voor dat de bladeren worden gevormd.

Uitdaging: Welke van de twee stengels op foto 4 is de paardenbloem?

Ga maar eens op pad en kijk welke van de drie soorten jij kan zien op dit moment.

De roodborst

Eén van de meest herkende vogels in Nederland is de roodborst. Maar is deze roodborst nu wel het hele jaar in Nederland? Dit is wat ik mij af vroeg. Je kunt de roodborst herkennen aan zijn oranje borst, kleine zwarte kraal ogen, bruin van boven, wit van onder en aan de zijkanten van het hoofd blauwachtig grijs. Een oranje borst omschrijf ik hier als kenmerk maar hij heet roodborst. Maar waarom heet hij dan geen oranjeborst? Het blijkt dat voor de 16e eeuw wel al namen werden gegeven aan veel voorkomende vogels maar de kleur oranje nog niet bestond. Men noemde alles wat onder de kleur oranje viel rood.

Roodborsten hebben een mooi en vrolijke zang en behoren dan ook tot de zangvogels. Het mooist is als je een roodborstje op een tak ziet die uit volle borst zingt in het zonnetje. De oranje borst komt dan mooi tot zijn recht.

Nu de vraag of de roodborst het hele jaar door in Nederland voorkomt. Het antwoord is ja, maar toch ook weer nee. We hebben een groep inheemse roodborsten in Nederland die hier vanaf het voorjaar verblijft en dan tussen augustus en november weer vertrekt richting het zuiden. Zij verblijven dan in Spanje en Portugal waar het warmer zal zijn. Een klein groepje hiervan blijft in Nederland. Vandaar dat het antwoord op de vraag ja is.

Toch zie je best veel roodborstjes in de winter. Hoe kan dit zou je denken als er maar een klein groepje hier blijft. Dit heeft ermee te maken dat net zoals de Nederlandse roodborsten die naar het zuiden trekken, ook de Scandinavische, Duitse en Poolse roodborsten ook richting warmere oorden trekken. En dat is Nederland voor ze. Hierdoor zie je nog steeds veel roodborsten die hier overwinteren. In het voorjaar vertrekken deze weer terug naar land van afkomst.

Leuk weetje over de roodborst: Draag je iets roods en de roodborst achtervolgt je, dan is de roodborst bezig zijn eigen territorium af te bakenen. Roodborsten zijn zeer agressief naar andere roodborsten en eigenlijk alles wat rood is in hun territorium. Hun territorium is weer belangrijk om zoveel mogelijk insecten te vinden die ze niet willen delen met anderen. Je zal ook zelden 2 roodborsten tegelijk zien eten.

Wist je dat er naast de roodborst ook een blauwborst bestaat in Nederland? Het is mij niet duidelijk of dit nou familie van elkaar is. Een toekomstig onderzoekje waard als ik op zoek ga naar deze vogel.

De Europese flamingo

Klinkt raar maar waar. In Nederland komen gewoon Europese flamingo’s voor! Via Sovon ben ik te weten gekomen dat ze vroeger een zeldzaamheid waren maar sinds 1980 toch in Nederland voorkomen. Je kan ze herkennen aan hun lichtroze verendek en een geknikte snavel. De snavel is ook lichtroze en aan de punt van de snavel zijn ze zwart. De vleugels zijn diep roze en ook hier zwart aan de punten. Je zou het niet zeggen maar de Europese flamingo is een inheemse soort. Er zijn namelijk botten van flamingo’s gevonden van duizenden jaren geleden. Door de groei van de bevolking in Nederland met name in de Romeinse tijd zijn de flamingo’s verdwenen. Maar gelukkig zijn ze weer terug!

De flamingo’s broeden helaas niet hier in Nederland. Van april tot juli kun je de meeste flamingo’s vinden in het Zwillbrocker Venn in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Ze gaan hier speciaal heen om te broeden en komen dan samen met de Chileense flamingo’s en enkele Caribische flamingo’s. Tussen juli en oktober kun je de flamingo’s vooral vinden rondom het IJsselmeer en tussen oktober en april in het deltagebied bij Zeeland. Ze zijn het hele jaar in Nederland te vinden maar gek genoeg zie je ze weinig tot niet overvliegen. Dit komt omdat ze vooral in de nachten vliegen van plek naar plek. Ze kunnen soms per nacht wel 600 km in één keer afleggen.

Op een paar foto’s (2, 3, 5, 6, 7 en 11) zie je balts gedrag van een flamingo. Op foto 11 zie je bijvoorbeeld dat een flamingo zijn vleugels open trekt tegenover andere flamingo’s. Hij hoopt zo een partner te kunnen vinden en een broedpaar te vormen. Dit gedrag begint al vroeg in het jaar omdat er in de vier maanden dat ze in Duitsland zijn veel moet gebeuren. Ze moeten het nest in orde maken, ei leggen, broeden en het jong op tijd groot brengen zodat hij mee kan vliegen naar de plek van overwintering. Naast het open trekken van de vleugels zijn er meerdere bewegingen die gebruikt worden bij de flamingobalts. Zoals van links naar rechts gaan met het hoofd en geluiden maken tegelijk. Wist je dit al: “Het geluid van een flamingo komt redelijk overeen met het geluid van een gans.”.  

Flamingo’s zijn monogame vogels en kunnen jarenlang met de dezelfde partner een broedpaar vormen, Ze leggen 1 tot 2 eieren en broeden dan ongeveer een maand. De lengte van een Europese flamingo is 1.20 tot 1.45 lang en ze kunnen 40 jaar oud worden. Ze leven van schaaldieren en plantaardig voedsel zoals waterplanten en algen.